Kinderen heb je te leen

‘Het deed me denken aan de boeken van Hannes Meinkema of Anna Enquist, Dimitri Verhulst of Griet op de Beeck.’ Ik draai het kaartje om en kijk naar de vrolijke klaprozen op de voorkant. Op tafel ligt de envelop waarop mijn naam prijkt. Nogmaals lees ik de tekst. Het staat er echt. Mijn roman wordt door de schrijver van het kaartje in dat rijtje geplaatst. Hoe fantastisch is het dat iemand, al is het maar een iemand, jouw boek in een adem noemt met deze grote schrijvers? Ik ben diep geraakt.

Vandaag is de verjaardag van mijn dochter. Met haar vijftien jaar een hele meid, eigen wil, eigen ideeën, boordevol ambitie en mogelijkheden. Puberaal tergend, om achter het behang te plakken. Lief en onschuldig. Mijn dochter is trots op mij en ik op haar. Als ze straks thuiskomt, gaan we taart eten en koffie drinken. Oma komt natuurlijk. En aan het eind van de middag komen haar vriendinnen voor een avondje fajitas eten, spelletjes doen en dan een slaapfeestje op de zolder. Slingers zijn zorgvuldig opgehangen en gisteravond hebben we de boodschappen gedaan; zij koos uit en ik rekende af.

Mijn oma zei altijd: ‘Kinderen krijg je niet, kinderen heb je te leen.’ Ik vond dat vroeger en rare zin. Hield oma dan niet van haar kinderen? Maar ik denk dat ik haar begin te begrijpen. Mijn dochter, en mijn zoon natuurlijk ook, zijn in de eerste plaats van zichzelf. Zonder aandacht, liefde, begrip, geduld en grenzen zal het moeilijk voor ze zijn autonoom te worden. Met steun van hun ouders wordt de weg vrijgemaakt naar een potentieel goed en succesvol leven. Hun leven.

Bij de totstandkoming van mijn boek heb ik iets soortgelijks ervaren. Mijn roman ‘Halverwege het einde’ is de uitkomst van een ingewikkeld proces. Het verhaal kwam los van zijn achtergronden en ging op zichzelf staan, klaar om autonoom te worden, de waarheid hier en daar te verlaten en eigen waarheden tot zich te nemen. Het verhaal in het boek te worden en niet meer mijn verhaal. Ik had het geleend voor mijn proces en geef het nu weer terug aan zichzelf, aan het boek, aan de lezer. De schrijver van het kaartje kwam tot de vergelijking met Meinkema, Enquist, Verhulst en op de Beeck door de ingetogenheid, de beschreven observaties en het in mooie woorden verwoord leed. Is mijn boek op weg naar een succesvol leven? Ik weet het niet. Ik weet wel dat ik dankbaar ben dat het nu bestaat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s