Tussen keelpijn en oorsmeer

1999

Het is een donkere nacht. De nieuwe maan is niet zichtbaar door het dikke wolkendek. Ik heb net de telefoon doorgeschakeld naar de doktersdienst en mijn semafoon in mijn broekzak gestopt. Met mijn visitetas loop ik door de vrieskou naar mijn auto. Ik stap in en na twee keer sputteren slaat de motor hakkelend aan. Opgelucht rijd ik de straat uit. Hij doet het.

Ik haal de route voor de geest en volg de Rijksweg de binnenlanden in. Bij de vervallen boerderij waar een paar jaar geleden een allesverwoestende brand het achterste deel en de stallen in zijn greep heeft gehouden, verlaat ik de Rijksweg en draai het landweggetje op. De oude eik met zijn geblakerde takken lijkt me na te kijken als ik in het donker verdwijn. Ik huiver even, maar richt me dan weer op de route.

Nadat ik een paar keer afgeslagen ben, zie ik in de verte de alarmlichten van een personenauto knipperen. Een zucht ontsnapt aan mijn lippen. Ik had het de boer die voor een visite belde voor zijn vrouw, gevraagd. Op het platteland zie je het knipperen ’s nachts al van verre en dan weet je tenminste welke richting je ongeveer aan moet houden. Ik zet koers naar de oranje uitnodiging en na zeven minuten ben ik ter plaatse. De auto staat aan de kant van de weg als een lokvogel zijn werk te doen en ik parkeer de mijne ervoor. Mijn semafoon laat me zien dat ik nog een puntje bereik heb. Binnen nog een keer controleren dus.

Ik loop de oprit op. Het huis is omgeven door een dichte haag van coniferen. Aan de voorkant is alles donker. Ik zie geen bel bij de voordeur. Als ik klop, komt er geen reactie.

Niemand weet dat ik hier ben.

Hoe lang zal het duren voor ze me missen? Langs de zijgevel loop ik naar achteren, op zoek naar een tweede deur. Bij het raam verraadt door een kier vallend licht dat er binnen leven is. Ik ga de hoek om en zie de donkere vlek van wat nog een deur moet zijn. Ik tast naar een klink en net als ik die naar beneden wil drukken, licht op nog geen halve meter het vuur van een sigaret op. Van schrik geef ik een gil en ik zet een stap naar achteren.

Een bulderende lach. ‘Ik wil je niet laten schrikken, dokter! Sorry. Kom maar mee, ik breng je naar mijn vrouw.’

2014

Het is een donkere nacht. De nieuwe maan is niet zichtbaar door het donkere wolkendek. De ruitenwissers piepen als ze de motregen met tegenzin van de voorruit vegen terwijl de slagboom van het parkeerterrein voor het ziekenhuis omhoog gaat. Ik draai achteruit naast de ambulance van de huisartsenpost op en graai in een beweging de autosleutel, mijn jas en mijn visitetas mee. Nachtdienst. Morgen weer lekker brak thuiskomen, paar uur slapen en me dan nog brakker naar de praktijk slepen om de visites van vandaag in te voeren, daar had ik vanmiddag geen tijd meer voor.

Ik loop het souterrain in waar de huisartsenpost gevestigd is en zwaai naar de assistente door het met kogelwerend glas afgeschermde loket. Met haar ene hand zwaait ze terug terwijl ze met haar andere hand op een knop drukt en ondertussen via de headset een patiënt te woord staat.  Een harde zoem klinkt en ik duw tegen de deur die toegang verschaft tot de wachtkamer.

Als ik doorloop naar de assistenteruimte, kom ik langs het rek met noodpiepers. Ik twijfel even. Tot nu toe weiger ik er eentje bij me te dragen. Eén van de assistentes komt bij me staan: ‘Je hebt zo meteen een visite. Een man die met een honkbalknuppel op zijn knieën is geslagen en niet meer zou kunnen lopen. Maar die man heeft ook 112 gebeld en de politie heeft die melding gezien. Ze belden om te zeggen dat je beter niet zonder begeleiding erheen kunt, de patiënt zou vuurwapengevaarlijk zijn. De meldkamer moet nog beslissen of zij gaan rijden, maar waarschijnlijk niet.’

In de koffiekamer verruil ik mijn jas voor een geel reflecterend geval dat me veel te groot is, met de letters ‘arts’ op mijn rug. Ik rol de mouwen op. Inmiddels heeft de meldkamer laten weten dat wij kunnen gaan. Politie wacht ons ter plaatse op voor begeleiding.

Na een rit van vijf minuten parkeert de chauffeur de ambulance achter het politiebusje. Tegelijk met ons stappen twee dames in uniform uit. Door hun wapen en kogelwerende vesten zien ze er indrukwekkend uit. Ik ben me opeens sterk bewust van mijn nietigheid in mijn ruime jas en dokterstas. Gezamenlijk zetten we koers richting de flat met drie verdiepingen. Als in een spannende film knippert het licht in het sterk vervuilde trappenhuis. Een zure lucht dringt mijn neusgaten binnen. Op de derde verdieping is de galerij donker, de deur waar geen klink meer inzit, klappert tegen de balustrade. Bij het achterste appartement brandt licht. Daar moeten we zijn. Als we voor de voordeur staan, zien we een ingeslagen ruitje en bloeddruppels op de deurpost en op de vloer. Bij gebrek aan een deurbel klopt een van de twee agenten stevig op het raam. Een knaap van een jaar of vijfentwintig doet open, ondertussen zijn spijkerbroek vol vlekken ophijsend. Zijn bovenlijf is ontbloot. Een kleurige draak siert zijn borst, de bek lijkt de tepel te happen. Hij steunt met beide handen tegen de deurposten en speurt de galerij af. De patiënt ligt binnen op de bank en is dronken en boos. Ik besluit dat we niet naar binnen gaan, de patiënt zal bij de deur moeten komen. Blijkbaar hoort hij de woordenwisseling aan de deur want hij komt al scheldend aangestrompeld.

‘Flikker op! Klootzakken! Wegwezen! Is dat nou de zorg in Nederland?! Gekloot!. Maak dat jullie wegkomen, anders zal ik eens een handje helpen!’ Dreigend heft hij zijn vuist naar ons op.

Ik stel vast dat hij in ieder geval prima kan lopen, ondanks de mogelijke klappen op zijn knieën. Geen letsels dus die niet kunnen wachten tot hij nuchter is.

De politie probeert nog wat vragen te stellen over het bloed, maar wordt niet veel wijzer. Achteruitlopend verlaten we de galerij.

 

2 gedachten over “Tussen keelpijn en oorsmeer

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s