De stier | Het maakproces…

Tegenwoordig schrijven we hierboven: De stier; de making of… en ik moet zeggen dat een letterlijke vertaling een wat typisch resultaat geeft, maar toch ga ik ervoor. Taal moet zich ontwikkelen en soms kun je vaststellen dat een bepaalde ontwikkeling een verkeerde kant opgaat. Zo ook tijdens het schrijfproces. Schrijven is schrappen, schrijven is aanpassen.

Het idee voor De stier ontstond al voordat Halverwege het einde werd uitgegeven. In 2017 om precies te zijn. Tijdens de zomer van dat jaar bereikte mij een bericht uit een vorig leven. In verband met spoilergevaar laat ik jullie in het ongewisse wat dat bericht betekende, maar ik wist meteen dat er een verhaal geschreven moest worden. Liefst nog voordat mijn eerste roman uitkwam. Halverwege het einde kronkelde echter nog te veel in de krochten van mijn brein zodat ik mezelf gedwongen zag kernwoorden op een papiertje te kladderen en dit ergens in een la te gooien. Als de tijd daar zou zijn, zou ik het wel weer tegenkomen. Dan zou het tijd zijn om een heel nieuw manuscript te gaan vullen.

En dat deed ze

Een debuut, verhuizing en een paar depressies verder vond ik het terug. Niet het briefje, Joost mag weten waar dat gebleven is. Nee, ik vond het terug in mijn hoofd. Er zat niets anders op dan beginnen. Meteen.

Net zoals tijdens het schrijven van Halverwege het einde merk ik tijdens het schrijven dat ik niet de auteur ben. Mijn personages leven hun eigen leven en verrassen me in zo’n manuscript meermaals. Het verhaal rolt uit mijn vingers en soms lees ik met verbazing wat er gebeurt, hoe hoofdrolspelers zich gedragen en hoe complex situaties zijn. Ik ben slechts een doorgeefluik.

Het heeft ruim anderhalf jaar geduurd voor het manuscript klaar was. In die periode heb ik ook gedwongen afscheid moeten nemen van mijn huisartsenwerk. Als je pijn ervaart tijdens het lezen van dit boek, heb ik die passages vast in die episodes geschreven. Al zijn de gebeurtenissen van totaal andere aard. De periode van rouw en bezinning als gevolg van verlies van mijn huisartsregistratie die ik doormaakte tijdens het schrijven heeft ongetwijfeld zijn invloed gehad. Gelukkig komt over het algemeen na zoiets berusting of herstel of wat voor positieve ervaring dan ook.

Mascha schrijft aan de stier. Foto: Joep Harfterkamp

Bezinning

Er ging nog een half jaar voorbij voor ik het aandurfde mijn manuscript aan te bieden bij mijn uitgever. Raar toch? Een debuut dat gebaseerd is op ware gebeurtenissen is één ding. Maar een volgende roman, fictie, als een uitvloeisel van mijn fantasie, dat is iets heel anders. Het moet beter zijn. Origineler. Spannender. Beter in evenwicht met zichzelf. Ja, hoeveel eisen kun je stellen om het te mogen laten uitgeven? Gelukkig was mijn uitgever daar veel sneller mee klaar dan ik. Vanaf 12 mei kunnen we het resultaat bekijken.

Help!

Dat meen ik serieus. Help me. Het is nu niet meer in mijn handen. De lezer is aan zet. Hopelijk ben jij dat.

Een auteur is afhankelijk van de lezer, de bestsellers met grote mediacampagnes daargelaten. Elke dag verschijnen er prachtige boeken van minder bekende of onbekende schrijvers. Als je een boek fijn vindt om te lezen, help de schrijver dan. Plaats een recensie, lees een review, of geef een exemplaar cadeau.

Heb jij een mening over de stier nadat je het gelezen hebt? Laat het me weten! Ik groei van negatieve feedback, die van mij ook gewoon kritiek mag heten. Ik glim van een positieve beoordeling. Er gebeurt dus altijd iets goeds. Jouw mening doet ertoe.

Bestellen maar

https://libris.nl/boek/?authortitle=mascha-gesthuizen/de-stier–9789492939630

https://www.bruna.nl/boeken/de-stier-9789492939630

Dat was het?

Ja. Dit is het voor nu. Fijne dag!

82.869

Nieuwsbericht over update website

Het is onbestaanbaar dat de tweelingkalveren die door mijn manuscript drentelen, daadwerkelijk hier zijn aangekomen. In de stal van de kinderboerderij geboren in het najaar om nu fotogeniek voor de camera van mijn dochter heen en weer te dansen in de wei, op zonder meter afstand van mijn huis.

Foto: Emma Harfterkamp 2020

Er zat niks anders op dan lekker doorschrijven. Dat kostte in het geheel geen geen moeite; een goed verhaal schrijft zichzelf. Ik ben slechts de bediener van het toetsenbord. Met plezier.

De stand is 82.869 woorden, vandaag. Het moment om het uit handen te gaan geven voor het genadeloze oordeel van de uitgever, komt akelig dichtbij. Al ben ik me ervan bewust dat doorschrijven om dat oordeel nog wat van me af te houden, meestal niet bijdraagt aan een beter eind.

Dus daarom vandaag een stap in de goede richting gezet. Mijn website is totaal gereviseerd: teksten aangepast, nieuwe layout, waar ik erg tevreden over ben trouwens, en hier en daar wat verwijderd of vervangen. De kraamkamer is er klaar voor. Nu doorwerken tot ik met verlof kan…

Je bent er. Meer is niet nodig.

Op een middag reed ik terug naar mijn geboortegrond om mijn lieve vriendin van vroeger te ontmoeten. Lees hier hoe dat ging.

De route bij het Keizer Traianusplein driekwart rond en naar beneden heb ik jaren niet gereden. Toch zit hij nog in mijn ruggenmerg. Ik laat de stad achter me en rij de polder in. In deze tijd van het jaar en zo net na een regenbui, toont de natuur zich hier op zijn groenst. 

De Kekerdomse Molen ‘de Duffelt’-Streekgala 2017

Tussen de weilanden door en over dijken vervolg ik mijn weg. De omgeving is niet vreemd maar ook niet meer eigen. Ik vraag me af wat ik  verwacht had. Ik kan vandaag weer niet bij mijn gevoel. Nu nog niet, tenminste. Zonder twijfelen neem ik de afslagen en doorgaande wegen gaan over in landweggetjes. Voor het eerst zie ik dat ook hier het leven door is gegaan. Rode fietsstroken markeren de overgang van weg naar berm.

Ik rij de straat in waar ik word verwacht en terwijl ik parkeer zie ik achter een raam mensen in beweging komen. De basis van deze afspraak is ongeveer vijfendertig jaar geleden gelegd. Meisjes waren we nog. Paarden waren onze verbindende factor maar de herkenning van onze gekte het fundament. Alleen, dat wisten we toen nog niet.

Als ik uitstap, komt een kleurig uitgedoste vrouw me tegemoet. Voor ik het weet word ik stevig in de armen gesloten. Een fysieke herinnering aan lang geleden, geruststellend. Als er nog weerstand in mij aanwezig was, is die nu weggeknuffeld en ik ben klaar om mee naar binnen te gaan, waar haar ouders op mij wachten. 

De goede dingen in het huis, zoals de kroonluchter boven de salontafel waarvan ik destijds met verbijstering getuige was van de aankoop, zijn behouden. Andere dingen, het wolkjesbehang op haar kamer, zijn vervangen. Ik voel me meteen thuis.

We lunchen en ik zit op de stoel waar ik toen ook altijd zat. Toen, nu, intussen, alles komt voorbij. Haar psychiatrische aandoening en hoe zij en haar ouders ermee omgaan. Jaren zat ik verstikt in vooroordelen over hoe haar ouders er volgens mij tegenaan keken. Als het ooit al zo was zoals ik me had voorgesteld, dan hebben ze een heel proces doorgemaakt van groei en ontwikkeling. Accepteren en leren hun dochter te begrijpen en ondersteunen, in de basis door een stabiel thuis te bieden, maar ook in periodes van instabiliteit. En niet alleen dat, maar ook de vanzelfsprekendheid waarmee dat blijkbaar gaat, gewoon, omdat zij hun dochter is.
Haar moeder zei: ‘Het is even moeilijk, maar het duurt meestal een paar dagen. Dan is het ergste weer voorbij.’
Zonder oordeel. Zonder slachtoffergedrag.

Ik voelde bewondering voor deze loyaliteit aan hun dochter. Het gesprek ging verder. Haar ouders vonden het soms lastig dat ze van niks wisten. Dat ze leken waren. Voor haar was het goed zoals het was; ze wist zich veilig en geborgen, zelfs op de momenten dat haar wereld werd verwisseld voor een ongrijpbare, bizarre wereld die haar fopte en haar te grazen nam. Hoe bijzonder is het dat een band tussen mensen dat kan bewerkstelligen. Dus ik zei: ‘Je bent er. Meer is niet nodig.’ En ik wist dat het waar was. 

From Wikimedia Commons, the free media repository

Ik rij weg, verzwaard door toegelaten gevoel en tegelijkertijd opgetild door ervaren warmte. Ik weet dat ik het vandaag aankan meer herinneringen te ontvangen. Dus ik stuur de auto langs het Gasthuis, waar oma introk toen je nog naar het bejaardenhuis verhuisde omdat je vijfenzestig werd. Ik sta stil bij de veranderingen in de maatschappij; hoe komt het dat de sfeer in de gezondheidszorg zo grimmig is geworden, dat afhouden en naar andere instanties doorverwijzen de norm is geworden? Hoe zou het mijn vriendin vergaan als ze niet terug kon vallen op haar ouders, om wat voor reden dan ook? Mijn omarmde gevoel van dit moment lijkt die omslag door de jaren opeens te benadrukken.

Ik vervolg mijn weg langs de kerk middenin het dorp. De kerk die ik vooral ken van het afscheid van mijn beide oma’s, mijn opa en mijn vader. Voor mij is de kerk verbonden aan de dood, op een waardige manier. Wat moet het troostrijk zijn je te kunnen laven aan een geloof dat je richting geeft en houvast.

Als ik het dorp uitrijd, word ik terug gehaald naar het nu. Haast onherkenbaar staat daar de boerderij die het decor vormt van het boek dat ik nu aan het schrijven ben. Het is tijd om naar huis te gaan.