Wereld verteldag

20 maart 2021

Een nieuw begin

De Goden veranderden in wolven op de dag dat Johannes de gordijnen dichttrok en daarmee voorgoed het daglicht buitensloot. Hij begon aan de lange tocht vanuit de woonkamer, door de gang naar boven. Het huis was tegen een berg gebouwd waardoor mogelijk was wat niemand vermoedde: vanuit de kamer die dienst deed als kleedkamer stapte Johannes de tunnel in die de berg tot in het hart betreedbaar maakt. Hij liep zonder lamp. Elk groefje, bultje, uitsteeksel was ontstaan door de invloed van zijn hand. Jaren bikkend en beitelend was hij doorgegaan.

Foto: de Gelderlander

Naast het bestellen van geavanceerde apparatuur bestelde Johannes eens per maand bij een winkel met bezorgservice, steeds dezelfde bestelling zodat hij op herhalen kon drukken en niet steeds opnieuw de producten hoefde te kiezen. Het gevolg was een schuur vol houdbare melk die toch bedorven was, omdat hij dat bij zijn eerste bestelling wel had aangevinkt, maar nooit gebruikte. Hij verknoeide echter zijn tijd niet aan het verwijderen van de melk van zijn bestellijst, liever hield hij zich bezig met de apparatuur.

In het hart van de berg was een heus laboratorium ontstaan. De energie daarvoor kwam van de zonnepanelen op het dak van zijn woning, energieneutraal zijn was het hoogst haalbare in de optiek van Johannes. Op dit punt raakte hij wel eens in conflict met zichzelf voor wat betreft de melkpakken en op zulke momenten kon hij verstrikt raken in rechtlijnigheid, liefde voor de natuur en een innerlijke maar meestal diep verdrongen hang naar stout zijn. Misschien moest hij er eens een bordje bijzetten: gratis mee te nemen.

Toen het laboratorium gereed was, draaide hij er een aantal proefdagen. Hij testte de lift waarin de bezorgdiensten hun producten konden afleveren en eenmaal ervan overtuigd dat alles werkte, trok hij de gordijnen dicht. Hij nam voorgoed afscheid van de wereld. Een nieuw begin. De Goden die hem al die tijd hadden geprezen om zijn volhardendheid en zijn fantastische inzichten, stapten achteruit en keerde de gesloten gordijnen de rug toe. Al op het moment dat hij halverwege de tunnel was, hoorde hij de sluipende tred van de poten van de eerste wolf. Aanvankelijk nog voorzichtig en op afstand, maar algauw kwam het dier dichterbij, snoof en blies en raakte zelfs zijn hand aan. De natte neus voelde koud, snel trok hij zijn hand terug. Bijna bij het hart aangekomen, ging de wolf zitten. Johannes draaide zich om en keek. De ijskoude ogen van het vuige dier priemden in de zijne. Op het moment dat Johannes zijn ogen neersloeg, stak de wolf de neus in de lucht en hief aan met een afschuwelijk gejank dat door de akoestiek van een hele roedel leek te komen. En misschien was dat ook wel zo, want een moment later renden tientallen wolven de eerste eenling voorbij het lab in, om hem heen en kriskras door de hele ruimte.

Een halve dag stond hij op dezelfde plek uit angst dat de wolven hem zouden grijpen als hij zich bewoog. Maar hoewel ze nar hem loerden, hielden ze consequent anderhalve meter afstand van hem. Gek op experimenten als hij was testte hij de dieren op consequentheid. Toen hij ervan overtuigd was dat het daarmee wel goed zat, besloot hij om maar gewoon aan de slag te gaan.

Jaren gingen voorbij. In totale afzondering werkte Johannes in het laboratorium. Hij leefde met de wolven die hem observeerden, bewaakten en soms ook bedreigden. Als dat gebeurde, kroop hij weg in de gang naar het huis, zijn handen over zijn oren en verder in foetushouding. In de gang kwamen dan beschuldigingen uit minutieuze boksen waarvan hij zich niet kon herinneren die daar ooit neergehangen te hebben. Terwijl hij zijn hoofd erover brak wie dat gedaan kon hebben en wanneer dat dan was gebeurd, beukten de beschuldigingen op hem in en voelde hij zich steeds ellendiger. Van het ene op het andere moment bleven de boksen zwijgen en dan kwam één van de wolven hem weer halen. Aangemoedigd met likjes en duwtjes van een wolvensnuit kroop hij den gang weer uit. In het laboratorium was meestal niets veranderd. Dan zag hij verder geen reden om niet gewoon weer aan het werk te gaan.

Johannes ging op een dag op een stoel staan, midden in zijn laboratorium. Het ging moeilijk, want hij was ondertussen oud en onvast ter been. De wolven keken naar hem op. Na een moment van verstilling kwamen ze in beweging en vormden een kring om hem heen. Hij keek om zich heen, naar alle apparatuur. Hij had alles netjes onderhouden, de apparaten werkten nog perfect. Er ontbreekt iets, dacht Johannes, voor het werk in dit lab heb ik nooit een doelstelling gehad. Ik heb noot besloten wat ik wilde onderzoeken, of ik iets wilde ontwikkelen of wat dan ook. Hij draait zich om op de stoel om de andere kant van de ruimte te bekijken. De gang naar het huis is als een gapend gat. Dat moet het lek zijn geweest, peinst hij, via dat gat is elk plan weggezogen. Ik heb geleefd met de wolven, maar ik heb ze niks geleerd. Ik had ze kunnen dresseren en ze de opdracht geven te waken bij het gat. Alsof ze hun betrokkenheid voelen groeien, kruipen de wolven naderbij. Hij voelt hun warmte, zijn ademhaling neemt het ritme van hun gesnuif over. Johannes klimt van de stoel af. In kleermakerszit zakt hij neer tussen de wolven. Voor het eerst steekt hij zijn handen naar hen uit. Hun vacht voelt veel zachter dan hij had verwacht. Hij aait ze, kijkt ze in hun ogen en ziet nu pas dat het geen ijskou is in hun ogen maar wijsheid. De wolven nestelen zich om hem heen. De warmte van hun lichamen zijn als een deken. Johannes glimlacht en doet zijn ogen dicht.

Vijftig jaar later schiet een arbeider uit met zijn drilboor. Op een berg wordt een nieuwe weg aangelegd maar er moet een flinke rotspartij weg geboord worden om de bocht te kunnen leggen. Hij legt de boor opzij en tuurt in het gat dat ontstaan is.

De aanleg van de weg wordt stilgelegd. Archeologen gaan aan de slag. Stukje bij beetje worden botten onthult, ze lijken menselijk. Het laboratorium wordt onderzocht. De onderzoekers tasten in het duister over de aard van het laboratorium. Uiteindelijk vinden ze kisten vol bakjes, reageerbuisjes en flesjes. Kladjes met kreten, zinnen, namen, titels, ze nemen alles mee om het te onderzoeken. Bij het forensisch instituut buigt een stagiair zich over de teksten.

Wolven dansen met de raaf
die hen de weg wijst
naar de prooi
om te leven, te delen

De wolf is een kat
als hij kijkt
De mens transparant
als hij stilstaand bezwijkt

De harmonie van hun gehuil
beleef je als honderden
Samen één is meer
Niet alleen

De raaf
De raaf was ik vergeten
Onontbeerlijk de samenwerking
het samenzijn, jij-ik-wij

Niet alleen

Johannes

Peinzend staart de stagiair naar de letters op het halfvergane papier. Wat kan die Johannes daarmee bedoeld hebben?

Wereld verteldag is een initiatief van de Stichting Vertellen. Kijk voor meer informatie op:
https://stichtingvertellen.nl/wereldverteldag/