Blogs

Dakloos!

De telefoon gaat. Zoals zo vaak bij ons, denkt iedereen dat de anderen wel opnemen, dus niemand neemt op. Maar de beller kent ons en onderneemt een tweede poging. Nu zijn we te laat en kijken naar het onbekende 06-nummer in de display.

Waarom wordt er twee keer vanaf dit nummer gebeld? Als mijn zoon het nummer terugbelt, krijgt hij een onbekende aan de lijn. Die weet te vertellen dat Jaap, een vriend van mijn zoon, zijn toestel had geleend. Maar hij is alweer weg en de eigenaar van het geleende mobieltje weet verder nergens van.

Jaap zit in de problemen. Zijn moeizame relatie met zijn ouders en zijn psychiatrische problemen zorgen zo nu en dan voor onhoudbare situaties. Gezien het tijdstip van het telefoontje, is er nu waarschijnlijk ook weer iets aan de hand. Maar als hij niet zijn eigen telefoon gebruikt, heeft hij die dus ook niet bij zich. Hoe kunnen we hem bereiken? We besluiten hem te mailen in de hoop dat hij app enig moment zijn mail kan checken.

Een paar uur later opnieuw telefoon, ditmaal vanaf een ander nummer. Over een half uur is hij op station Arnhem en of hij kan blijven slapen?

Samen met mijn zoon haal ik Jaap op. Het station is uitgestorven en door de miezerregen komt een voorovergebogen gestalte naar de auto gelopen als ik voor de stoeprand parkeer. De trolley koffer lijkt een fout in het plaatje. Als ik de achterbak van binnenuit ontgrendel, gooit hij het koffertje achterin en kruipt bij mijn zoon op de achterbank.

Jaap is uit huis gezet; zijn bed is zelfs al afgebroken en staat in de garage. Bij zijn vrienden uit het dorp kon hij niet terecht en zijn tante was niet thuis. Jaap weet dat hij van mij niet op straat hoeft te slapen. Als we thuis zijn, maken we een bed op en gaan slapen. De verhalen komen morgen wel. Of niet.

IMG_8900

Op de app van de NOS zag ik vanmorgen een item voorbij komen over Jongeren die hun eigen straat bouwen. Voor jongeren, zeker in de dorpen, zijn geen woningen beschikbaar die voor hen betaalbaar zijn. Appartementen zijn er vaak schaars en als ze er zijn, zijn ze natuurlijk al bewoond.

Jongens als Jaap lopen hier enorm tegenaan. Vanwege zijn psychiatrische diagnose is voor hem een veilige en stabiele woonruimte noodzakelijk. In de buurt van zijn therapie en zijn werk en toch ook van zijn ouders. Jongens als Jaap ontwikkelen zich, snakken naar meer zelfstandigheid en juist in het kader van de diagnose en de behandeling is dat ook wenselijk. Conflicten als gevolg van knel zitten thuis remmen ontplooiing. De frustraties daarover zijn olie op het psychiatrisch vuur. Een eigen plek is letterlijk en figuurlijk van belang.

Op IinkedIn schreef Piet Hein Peeters dit weekend een Commentaar op artikel D. Deys, psychiater  dat verscheen in het NRC van 21 september. Damiaan Deys, hoogleraar psychiatrie , legt in het NRC uit waarom het niet normaal is mooi en succesvol te zijn en alles onder controle te hebben. Met die stelling kan ik het nog wel eens zijn maar qua inhoud sluit ik me liever aan bij het commentaar van Peeters.

De twee artikelen komen zo kort na elkaar onder mijn ogen, dat ik ze wel mòet koppelen. Een goede geestelijke gezondheid in ons land, vraagt meer dan alleen psychiaters, psychologen, therapieën en pillen. Een goed sociaal beleid is onontbeerlijk. Psychiatrisch lijden komt in mijn optiek allereerst door de daaraan ten grondslag liggende psychiatrische oorzaak. Maar omgevingsfactoren zijn daarop sterk van invloed. Het zou best zo kunnen zijn dat met een goede sociale basis het psychiatrisch lijden uit het niveau van lijden getild wordt terwijl de diagnose toch blijft bestaan.

Als Menzis met zijn prestatievergoeding (zie eerdere posts op Twitter, LlinkedIn etc.) en Deys met zijn stelling en Hein met zijn commentaar allemaal een kern van het probleem te pakken hebben, wat zegt dat over wat moet gebeuren om onze maatschappij geestelijk  gezonder te krijgen? Ik nodig zorgverzekeraars, GGZ instellingen en overheden uit daar eens over na te denken of beter nog: daar eens met elkaar over te discussiëren. Ik ben graag uw tafelpartner.

Standaard
Blogs

Kiloknaller!

‘Honderd, honderd, ik heb honderd, wie biedt er meer? Ja honderdtien, honderdtien geboden, honderdtien, honderdtie-hònderdtwintig, ik zie honderdtwintig, ja honderddertig, honderdveertig, honderdtweeënveertig, honderdtweeënveertig-en-een-half, honderdtweeënveertig-en-een-half, eenmaal andermaal, honderdtweeënveertig-en-een-half, niemand meer? Honderdtweeënveertig-en-een-half is geboden… De taboedoorbrekende lezing over Depressie en Suïcide door de krullerige schrijfster van Halverwege het eindegaat naar stads beste boekhandel waar gegarandeerd het zaaltje op de bovenverdieping uit zal puilen met belangstellenden! Datum en tijd zullen volgen; houdt de landelijke dagbladen en het nieuws in de gaten voor meer informatie. Volgende item op deze veiling…’

IMG_0394

En dan nu: over naar de werkelijkheid. Ik heb het vaker geroepen. Op depressie rust nog steeds een taboe. Op het bespreekbaar maken van suïcide nog meer. Campagne van de overheid Hey, het is okay en het in het leven roepen van hulplijn 113 suïcidepreventie ten spijt.

Met mijn debuutroman in de hand kan ik verschillende boekhandels instappen en vragen om een signeersessie. Misschien lukt dat, misschien ook niet.

Ik ben vooralsnog een onbeduidende debutante waarvan nog maar moet blijken hoe goed ze in de boekenmarkt ligt. Tijd en ruimte vrijmaken in de winkel en zelfs nog investeren in de aanschaf van een paar exemplaren van Halverwege het eindeheeft een zeker risico. Stel je voor dat nul lezers een handtekening komen halen? Blijf je als boekhandelaar zitten met zo’n stapeltje potentieel oud papier.

Dus ik kan daar om vragen, maar ik dacht: Wie zit daarop te wachten? En, zit er niet meer in het vat? Eigenlijk wil ik niet alleen handtekeningen uitdelen. Ik wil bijdragen aan het doorbreken van het taboe. Dat kan ik ook. Ik heb kennis, ervaring, een verhaal en zelfs een boek! Ik ben een kant en klaar pakket.

Tig boekhandelaren heb ik aangeschreven. Een aantal bibliotheken. Organisaties waar lezingen worden gehouden over alle mogelijke onderwerpen. De reacties zijn verschillend.

Met stip op één staat de reactie: Niet Reageren. Dat is verreweg de leukste, want daar kom je heel geleidelijk achter. Je denkt, goh, had ik die en die niet gemaild? Ga je je mail checken: o, zelfs een herinneringsmail na een paar weken… Dan denk je: hè, klopt dat nou, heb ik daar en daar geen antwoord van gekregen? Daarna is het verloop eigenlijk net zoals bij een depressie. De Niet-Reacties sluipen erin en op een bepaald moment voel je je niet gewaardeerd, overbodig en dan word je vanzelf een beetje somber.

Maar gelukkig daar als tegengif reactietype twee: We-houden-je-een-tijdje-aan-het-lijntje. Die wordt steevast afgesloten met ‘we vinden het heel vervelend om te zeggen, maar: toch maar niet. Misschien kun je dit en dat nog proberen, maar bij ons zien we het niet zitten.’ Ze zullen het vast serieus bekeken hebben als er meer dan twee mails heen en weer gegaan zijn voor zo’n eindconclusie komt.

Het mooiste voorbeeld van dit type reactie, beleefde ik vandaag. Ik had een afspraak, in de beste boekhandel. Ik kom er graag voor een goed boek. Dit samenzijn was de resultante van een wat moeizame mailwisseling die niet zo frequent was maar wel de hele zomer in beslag nam. Eigenlijk weet je het dan al, maar als enthousiaste debutante laat je natuurlijk geen mogelijkheid onbenut. Netjes aangekleed, zelfs lippenstift op, ik was er klaar voor en ik toog erheen. Al voor ik me liet zakken op de stoel die me aangewezen was, voelde ik de afwijzing. ‘Verkeerde kleur lippen?’ dacht ik nog. Maar nee. Waar het uiteindelijk op neer kwam, was de angst voor zo’n heel zaaltje vol suïcidalen die tijdens of na zo’n lezing vast en masse zelfmoord zouden gaan plegen. En dat daar dan onvoldoende hulpverlening beschikbaar voor zou zijn. En dat dan onduidelijk zou zijn bij wie de verantwoordelijkheid voor dit alles nou eigenlijk lag. Persoonlijk denk ik dat degenen die daadwerkelijk suïcidaal zijn en tot actie over willen gaan, niet naar mijn lezing komen. Die hebben op dat moment vast iets anders aan hun hoofd. Enfin, ik zag er de bevestiging in hoe noodzakelijk lezingen over depressie en suïcide nodig zijn. Dus wil je bieden? Biedt maar!

Het derde type reacties, dat zijn de leukste. Die komen uit onverwachte hoek. Dan heb ik niemand, benaderd, geen antwoord gemist, nee, die komen vanzelf bij mij terecht. Al kan ik me niet helemaal onttrekken aan de indruk dat mijn uitgevers daar wel eens achter zitten. Dan word je gevraagd voor een interview in een krant of op de radio. Ik mocht zelfs een keer mijn verhaal doen tijdens een tv-opname voor een regionale omroep. En dat is natuurlijk allemaal hartstikke leuk èn anti-depressief. Zo staan er nog een signeersessie, een afspraak in een bibliotheek en voor een radio-opname op het programma. Wie weet kom ik ooit nog terecht bij Ranking the stars. Dan hoop ik dat ik naast Georgina Verbaan sta!

Standaard
Blogs

Nemen we vandaag de trein?

Wereld Suïcide Preventiedag 2018

Mijn dochter staat naast mijn bed. Na weer een slapeloze nacht ben ik tegen de ochtend alsnog in slaap gevallen. Op de automatische piloot heb ik de wekker uitgezet, zonder enig besef dat ik dan ook op moet staan. Pijn. Overal pijn. Mijn dochter kijkt me glimlachend aan: ‘Nou mama, heb je toch nog even lekker geslapen!’

Dit is niet het begin van een volgende depressieve dag, maar gewoon eentje nadat ik de vorige dag hard in de tuin had gewerkt. Ik had spieren aangesproken waarvan ik als ex-dokter het bestaan wel weet maar die ik, zoals veel anderen, nooit gebruik. Fitter word je er niet van. Wel voldaan. En slecht slapen? Dat hoort bij mij.

IMG_8900

De pijn en de vermoeidheid passen wel bij het thema van deze dag. Wereld Suïcide Preventiedag. Een dag die me een dubbel gevoel geeft. Als schrijver van mijn boek wil ik op deze dag aandacht vragen voor het thema.

Dat is hard nodig, zo bleek dit weekend wel op Twitter. Eén of andere minister twitterde een jaar of negen geleden bij gebrek aan kennis en (zijdelingse) ervaring een domme tekst over het gebrek aan creativiteit van zelfmoordenaars. Nu, zoveel jaar later, heeft iedereen daar een mening over. Het woord zelfmoord wordt trouwens langzaam vervangen door zelfdoding, maar ik denk niet dat de achterblijvers daar minder verdrietig van worden. Hoe dan ook in de vele reacties op Twitter staan termen als: egoïstisch, eerst beter nadenken, de trein krijgt vertraging en daardoor komt iedereen te laat. Maar ook andere verwijten, vooral de slechte GGZ in Nederland krijgt het te verduren.

Suïcide als gespreksonderwerp verdient nog veel aandacht. De afgelopen weken zocht ik contact met verschillende organisaties en boekhandels. Zou het niet mooi zijn 10 september, WSP-dag, aan te grijpen voor een gezamenlijke activiteit? Na aanvankelijk enthousiasme, kwam er huiver. Na huiver de stilte. En na de stilte mijn desillusie.

Zelfmoord. Zelfdoding. Suïcide. Ik denk aan de eenzame cocon waar je in zit en waar niemand meer doorheen komt. Het zuigen, het trekken aan je, die niet te weerstane drang jezelf om zeep te helpen. Daar is geen ruimte voor ratio. Als die er wel was, zou je jezelf niet voor de trein gooien, maar naar je therapeut laten rijden. Of 113 bellen, dan hoef je de deur ook niet uit. Creativiteit, egoïsme, beter nadenken, vertraging… Ik sluit mijn ogen en voel wat deze kreten met mij doen.

Niets. Gebrek aan kennis, gebrek aan ervaring, dat kun je je medemens niet verwijten. Depressie en eenzaamheid kun je trouwens ook niemand verwijten. Impulsdoorbraak en psychose ook niet. Of nou ja, in geval van drugsgebruik…

Wereld Preventie Suïcidedag. Wat brengt ons deze dag? Vrij weinig eerlijk gezegd, buiten de spierpijn en het vermoeide gevoel als herinneringen aan mijn noeste arbeid gisteren. Het voelt toch wat treurig. Maar dan denk ik aan mijn dochter. Ik heb inderdaad nog een uur extra lekker geslapen.

Standaard
Nieuws, Uncategorized

TV debuut!

Terwijl de koeien loeien voor mijn volgende roman, is er gelukkig onverminderd aandacht voor mijn debuutroman ‘Halverwege het einde.’ Woensdag 29 augustus 2018 beleef ik mijn tv-debuut.

RTV Zaanstreek heeft mij uitgenodigd in het programma van Bert van Galen te komen praten over het huisartsenwerk, depressie en mijn roman ‘Halverwege het einde.’ Begin september wordt het uitgezonden en daarna krijg ik de opnames om op mijn website te plaatsen.

Ik heb er zin in!

Standaard
Uncategorized

Brand!

Als ik terug ben bij mijn computer, kijk ik op het beeldscherm van mijn mobiel. Twee gemiste oproepen van mijn dochter en een berichtje van onze vroegere buurman. Het bericht luidt: ‘Hey, is die brand bij jullie?’
‘Slechte grap,’ denk ik nog, maar dan valt me opeens de combinatie van deze drie meldingen op. Ik bel mijn dochter en meteen klinkt haar vertrouwde stem in mijn oor. ‘De vlammen slaan uit het dak!’
Kalmte neemt bezit van me. ‘Welke vlammen slaan waaruit? En waar ben je?’
‘Er is brand, bij de buren. Ik ben thuis, ik sta bij de tweede voordeur.’
We hebben sinds kort een huis met twee voordeuren. Al die jaren dat ik op zoek was naar ruimte, dacht ik dat het vooral ging om ruimte om me heen. Ruimte in huis. Ruimte in de straat, in de wijk. Ruimte in ons land zelfs; ik heb serieus overwogen om naar Zweden te verhuizen omdat het zo’n groot, dunbevolkt land is. Een rood houten huis met een veranda, tegen een berg, omringd door eindeloos veel dennenbomen. Tot ik me realiseerde dat ik daar waarschijnlijk het dennenboomsyndroom zou krijgen en de winters wel erg donker zijn; goede ingrediënten voor een nieuwe depressie. Dus het idyllisch Zweedse plaatje moest het veld ruimen voor een huis met veel licht, in een ruim opgezette wijk en de mogelijkheid om de deur uit te lopen, met de hond de natuur in, maar bij aanhoudend slecht weer en winterse dagen volop ruimte binnen om me te installeren met laptop en te schrijven. We hoefden maar 600 meter naar links te verhuizen om dat te realiseren.
IMG_0084
Dat huis heeft twee voordeuren. Vijf jaar therapie om inzicht te krijgen in mijn depressies, diezelfde vijf jaar heeft dit huis te koop gestaan. Op ons gewacht zou ik willen zeggen. De twee voordeuren scheppen bij menigeen verwarring. Mensen denken dat het twee huizen zijn. Of dat we de entree verplaatst hebben. Of dat we praktijk aan huis hebben.
Ik zie trouwens echt niet hoe je hier een praktijk zou moeten voeren, tenzij je dertig jaar terug in de tijd gaat, het vrouwtje de telefoon aanneemt tussen het vouwen van de was door en af en toe een afspraak noteert terwijl manlief met een smeulende sigaar in zijn asbak op het bureau de patiënten ontvangt, achterover leunend, de handen gevouwen.
IMG_0083
Zelf weet ik nog niet wat ik van die deuren moet vinden. Het vorige huis kende slechts één toegangsweg: de voordeur. Achter was water dus via de tuindeur kwam je niet ver. Dit huis heeft, naast twee voordeuren, een zijdeur, een garagedeur en vier mogelijkheden om jezelf toegang tot de tuin te verschaffen vanuit huis. Wat een enorme vrijheid brengt dit huis. Maar vooral: wat een veiligheid.
Want waar ik ook naar toe ga, ik kijk altijd eerst hoe ik eruit kan bij brand. De verbrandingsdood lijkt mij een van de verschrikkelijkste. En nu zijn we van één naar acht mogelijke vluchtroutes gegaan. En dan breekt er brand uit bij de buren.
Ik spreek met mijn dochter af dat ze allemaal naar buiten gaan. Mocht het overslaan of mocht het bos waaraan wij wonen in de vlammenzee opgaan en zo de brand naar ons transporteren, dan zijn ze in ieder geval veilig. Het is een half uurtje rijden en als ik de straat in kom, stuit ik op het ramptoerisme. Alles is afgezet, ons huis ook. Ik zet mijn auto voor het lint en kruip er onderdoor. Achter me hoor ik mensen fluisteren of ik de huisarts ben en er dus gewonden gevallen zijn bij de brand. Nee, ik ben niet de huisarts. Ik zal nooit meer de huisarts zijn. Het blijft pijnlijk. Maar mijn dokterstred ben ik niet verloren. Niemand houdt me tegen. De kinderen komen met de hond de kruisende straat uitlopen. Ach wat een schatten. Zij zijn gewoon een wandelingetje gaan maken in plaats van te staan kijken. De vier brandweerwagens lijken de klus te hebben geklaard. Het dak van de buren is zwart en er mist een stuk, maar beneden lijkt alles in orde.
We gaan naar binnen en praten na. Ondertussen peins ik wat. De brand, de omstanders, de hectiek, de brandweer, in feite staan ze symbool voor de onrust die jaren in mijn hoofd aanwezig was. Ik realiseer me hoe goed het met me gaat. De brand in mijn hoofd is geblust.

Standaard
Uncategorized

Eigenlijk ben je er al niet meer

‘Ga even zitten.’
‘Wat is er dan?’
‘Ga even zitten. Ik moet je iets vertellen.’
‘…’
‘Zit je?’
‘Ja. Waarom zo moeilijk? Vertel nou maar.’
‘Bert is dood. Vanmorgen gevonden. Bert heeft zelfmoord gepleegd.’

Zelfdoding is altijd de laatste keus. Vaak wordt gereageerd met kreten als: wat egoïstisch. Hij had toch hulp kunnen vragen? Hij laat een gezin met kinderen achter. Of: ik heb nooit iets gemerkt, waarom heeft hij niks gezegd? Hij was wel een binnenvetter…
Zelfdoding is vaak onvoorspelbaar. Niet iedereen die depressief is, speelt met die gedachte. En niet altijd is een zelfdodingspoging een roep om aandacht. Soms is het juist een sterke wens omdat alle andere opties afgesloten lijken. Of zijn.

De periode waarin ik sterke suïcidale gedachten had, heb ik beleefd als een leegte. Ik was totaal gevloerd door mijn depressie. Er was geen ruimte meer voor enig gevoel of verlangen. Er was alleen die ene gedachte. ‘Ik doe er niet toe, ik hoef hier niet te zijn.’
Ik mocht geen ruimte meer innemen. Als ik dood zou zijn, zou ik weg zijn. Niemand zou meer last van me hebben. Mijn hoofd vol gekmakende gedachten zou eindelijk zwijgen. Rust.
Het idee tilde me op, nam me mee. Het leek steeds idealer. Het zoog en trok aan me. In de leegte waarin ik mij bevond, was er niks dat tegengas gaf.
Of toch?

Na veel psychotherapie en verschillende medicatiecombinaties staat Het Suïcidehoofdstuk ver van me af. Ik begrijp mensen die zich er niks bij kunnen voorstellen dat iemand zelfmoord pleegt, want inmiddels kan ik zelf haast niet geloven dat ik periodes in mijn leven heb gehad waarin ik zeker wist dat ìk mezelf moest doden.

Iemand die depressief is, zondert zich steeds meer af als het slecht gaat. Maar dat wil niet zeggen dat hij geen aandacht wil. Sterker nog, waarschijnlijk is aandacht en warmte zijn grootste behoefte, alleen als gevolg van zijn ziekte is hij niet meer in staat daar op een adequate manier om te vragen.
Depressie is geen keuze, het is een ziekte. Het is geen kwestie van schouders eronder, even leuke dingen doen en morgen schijnt de zon weer.
Suïcide, of zelfdoding, is de slechts denkbare uitkomst van een ernstig ziektebeeld. Maar ernstig depressieve mensen zijn niet eng. Ze zijn ziek.
Er veel aandacht nodig van de media, naast (overheids-)beleid, voor een stuk bewustwording in de maatschappij. Pas als depressie een geaccepteerde ziekte is en suïcidaliteit een geaccepteerd symptoom waar dringend een preventieprogramma voor nodig is, zal het aantal zelfdodingen in Nederland echt gaan dalen. Organisaties als 113 maken zich hier sterk voor, en met succes.

En wat kun jij? Drink een keer samen een kop koffie of breng het beroemde pannetje soep naar iemand met een depressie in jouw buurt. Ingewikkelde gesprekken zijn lang niet altijd nodig en vaak ook niet gewenst. Een beetje menselijke aandacht des te meer. Dat is wat jij kunt doen.

MG 8 augustus 2018

Standaard