Blogs, Media, Nieuws

De Publieke tribune

Zondag 7 april 2019, NPO 2, 17.10 uur

Voorbereiding opnames

Boek mee? Check. Oké, eentje extra meenemen: Check. Pillen, want het wordt laat: check. Zit mijn haar goed? Nooit. Geen vlekken in mijn kleding? Check. Ik ga. 

Gisteravond stond Maastricht op de agenda. Ik nam plaats op ‘De Publieke Tribune.’

Met dit nieuwe programma van Human trekt Coen Verbraak het land door om met burgers in gesprek te gaan over kwesties die spelen. Tijdens het driedaags congres van de NVvP (Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie) is de tribune ingericht voor mensen die op de een of andere manier betrokken zijn bij de psychiatrie. Als patiënt, als naaste of als behandelaar of zorgverlener. Vragen worden voorgelegd aan een panel van deskundigen.  Gisteren nam ik plaats op de tribune.

Damiaan Denys-hoogleraar psychiatrie, grimeuse, Marijke van Putten-psychiater, Wim van Meeren-voorzitter raad van bestuur CZ, Paul Blokhuis, staatssecretaris VWS

De opnames waren enerverend en vol vuur. Het publiek legde binnen enkele minuten de pijn bloot waar psychiatrisch Nederland mee kampt. Schokkend en ontluisterend soms. Panelleden wisten dat deze problematiek speelde. Maar opeens zagen ze de impact van de imperfecties in het Nederlands systeem. Van wachtlijsten, bezuinigingen, tekort aan geschoold personeel en de schotten in de psychiatrische zorg. De verpersoonlijking van de gevolgen zaten in levende lijve voor hen. Op een tribune! 

Coen Verbraak

Mijn drie vragen zijn niet aan bod geweest. Het programma is echt een open discussie en als het programma een bepaalde richting inslaat, wordt die gevolgd. Mooi; dat is waar het in de psychiatrie het meest knelt.

Thea van Bodegraven

Maar ik heb mijn ogen uitgekeken. Ik heb mooie gesprekken gevoerd. Zo ontmoette ik Thea van Bodegraven. Als naaste van een partner en een kind met een psychiatrische aandoening heeft zij als geen ander ervaren hoe eenzaam en onverteerbaar die positie kan zijn. Je staat naast de strijd die je dierbare voert om beter te worden of tenminste ongeveer normaal te kunnen functioneren. Soms word je zijdelings bij de behandeling betrokken omdat dat op dat moment misschien goed is voor de patiënt. Maar dat je misschien zelf ook handvatten nodig hebt om jezelf staande te houden, daar wordt vaak aan voorbij gegaan. Zij begon haar eigen coachingsbureau om partner en patiënt hierin te begeleiden en ondersteunen.

Wim van Meeren wilde zijn cadeau graag ook op de foto. Nou, dat kan!

Wim van Meeren, bestuursvoorzitter bij CZ liet zich door mij op de schouder tikken. We spraken over de patiënt achter de regelgeving, of misschien moet ik vóór de regelgeving zeggen want dáár zou hij moeten staan. Tijdens het gesprek heb ik hem mijn boek ‘Halverwege het einde’ aangeboden omdat ik hem graag wil laten zien wat het hebben van een psychiatrische stoornis met je leven kan doen. Daarbij maakte hij nog een belangrijke opmerking: het inbrengen van kunst als manier om te laten zien en te overtuigen. Ik hoop dat hij tijd vindt de kunst tot zich te nemen. Omdat zijn hobby fotograferen is, heeft hij onze selfie gemaakt.

Van Meeren en Blokhuis

Staatsecretaris Paul Blokhuis had zitting in het panel en antwoordde zeer open op een aantal vragen over zijn persoonlijke betrokkenheid met de psychische hulpverlening. Omdat het slechten van het taboe op psychiatrie een van mijn speerpunten is, ben ik na de uitzending ook op hem afgestapt. Als blijk van waardering voor zijn openheid en het voorbeeld dat hij daarmee geeft, heb ik hem ook een exemplaar van mijn boek gegeven. Hij werd daardoor zichtbaar geraakt. Hij vroeg mij hoe het zat met het verlies van mijn registratie als huisarts. Tijdens de proefopname werd mij namelijk gevraagd mezelf voor te stellen en waarom ik op de tribune zat en dat stukje over mijn registratie had hij blijkbaar opgepikt. Ik was heel blij met deze vraag omdat ik lid ben van een commissie (HABZ, Herregistratie Artsen Bij Ziekte) die zich hard maakt voor aanpassing van de registratieregels in geval van ziekte bij artsen. Het kan vast geen kwaad dat hij een levend product van de huidige registratieregels voor zich ziet staan.

Terwijl we uiteindelijk de ruimte uitgebezemd werden, sprak ik nog met Ernst, een oude rot binnen psychiatrie, als psychiatrisch verpleegkundige. We deelden de ervaring dat we als werker in de gezondheidszorg als patiënt of als naaste niet om andere zorg vragen maar wel om een andere communicatie. Dat we kennis van zaken hebben nemen we mee en dat kunnen we niet afleggen. Het gebeurt maar al te vaak dat dit als een bedreiging wordt gezien of dat ons doorvragen als lastig wordt ervaren. Echter achter al die kennis schuilt ook gewoon een medisch vraagstuk en ook professionals hebben zorgen en angsten over hun klachten of die van hun dierbaren en willen hand in hand met de behandelaar het traject in.

Diner. At last.

Toen ik Maastricht weer uitreed, herinnerde mijn maag me aan het feit dat ik niet gegeten had. Ik speurde naar groengeel van de McD. Tussen het MECC congrescentrum en mijn huis in Arnhem zitten er vijf . Zoals wel vaker had ik moeite van het plan, in dit geval de route, af te wijken. Thuis vond ik druiven en kwark in de koelkast. Water en spijzen blijven de eerste levensbehoeften…

Standaard
Blogs

Dakloos!

De telefoon gaat. Zoals zo vaak bij ons, denkt iedereen dat de anderen wel opnemen, dus niemand neemt op. Maar de beller kent ons en onderneemt een tweede poging. Nu zijn we te laat en kijken naar het onbekende 06-nummer in de display.

Waarom wordt er twee keer vanaf dit nummer gebeld? Als mijn zoon het nummer terugbelt, krijgt hij een onbekende aan de lijn. Die weet te vertellen dat Jaap, een vriend van mijn zoon, zijn toestel had geleend. Maar hij is alweer weg en de eigenaar van het geleende mobieltje weet verder nergens van.

Jaap zit in de problemen. Zijn moeizame relatie met zijn ouders en zijn psychiatrische problemen zorgen zo nu en dan voor onhoudbare situaties. Gezien het tijdstip van het telefoontje, is er nu waarschijnlijk ook weer iets aan de hand. Maar als hij niet zijn eigen telefoon gebruikt, heeft hij die dus ook niet bij zich. Hoe kunnen we hem bereiken? We besluiten hem te mailen in de hoop dat hij app enig moment zijn mail kan checken.

Een paar uur later opnieuw telefoon, ditmaal vanaf een ander nummer. Over een half uur is hij op station Arnhem en of hij kan blijven slapen?

Samen met mijn zoon haal ik Jaap op. Het station is uitgestorven en door de miezerregen komt een voorovergebogen gestalte naar de auto gelopen als ik voor de stoeprand parkeer. De trolley koffer lijkt een fout in het plaatje. Als ik de achterbak van binnenuit ontgrendel, gooit hij het koffertje achterin en kruipt bij mijn zoon op de achterbank.

Jaap is uit huis gezet; zijn bed is zelfs al afgebroken en staat in de garage. Bij zijn vrienden uit het dorp kon hij niet terecht en zijn tante was niet thuis. Jaap weet dat hij van mij niet op straat hoeft te slapen. Als we thuis zijn, maken we een bed op en gaan slapen. De verhalen komen morgen wel. Of niet.

IMG_8900

Op de app van de NOS zag ik vanmorgen een item voorbij komen over Jongeren die hun eigen straat bouwen. Voor jongeren, zeker in de dorpen, zijn geen woningen beschikbaar die voor hen betaalbaar zijn. Appartementen zijn er vaak schaars en als ze er zijn, zijn ze natuurlijk al bewoond.

Jongens als Jaap lopen hier enorm tegenaan. Vanwege zijn psychiatrische diagnose is voor hem een veilige en stabiele woonruimte noodzakelijk. In de buurt van zijn therapie en zijn werk en toch ook van zijn ouders. Jongens als Jaap ontwikkelen zich, snakken naar meer zelfstandigheid en juist in het kader van de diagnose en de behandeling is dat ook wenselijk. Conflicten als gevolg van knel zitten thuis remmen ontplooiing. De frustraties daarover zijn olie op het psychiatrisch vuur. Een eigen plek is letterlijk en figuurlijk van belang.

Op IinkedIn schreef Piet Hein Peeters dit weekend een Commentaar op artikel D. Deys, psychiater  dat verscheen in het NRC van 21 september. Damiaan Deys, hoogleraar psychiatrie , legt in het NRC uit waarom het niet normaal is mooi en succesvol te zijn en alles onder controle te hebben. Met die stelling kan ik het nog wel eens zijn maar qua inhoud sluit ik me liever aan bij het commentaar van Peeters.

De twee artikelen komen zo kort na elkaar onder mijn ogen, dat ik ze wel mòet koppelen. Een goede geestelijke gezondheid in ons land, vraagt meer dan alleen psychiaters, psychologen, therapieën en pillen. Een goed sociaal beleid is onontbeerlijk. Psychiatrisch lijden komt in mijn optiek allereerst door de daaraan ten grondslag liggende psychiatrische oorzaak. Maar omgevingsfactoren zijn daarop sterk van invloed. Het zou best zo kunnen zijn dat met een goede sociale basis het psychiatrisch lijden uit het niveau van lijden getild wordt terwijl de diagnose toch blijft bestaan.

Als Menzis met zijn prestatievergoeding (zie eerdere posts op Twitter, LlinkedIn etc.) en Deys met zijn stelling en Hein met zijn commentaar allemaal een kern van het probleem te pakken hebben, wat zegt dat over wat moet gebeuren om onze maatschappij geestelijk  gezonder te krijgen? Ik nodig zorgverzekeraars, GGZ instellingen en overheden uit daar eens over na te denken of beter nog: daar eens met elkaar over te discussiëren. Ik ben graag uw tafelpartner.

Standaard