Het gat

-Een kerstverhaal-

Foto: van internet http://www.hobbyveld.nl

Het is een donker gat. Geen idee hoe diep het is of wat voor soort gat het is. Een hol van een dier lijkt onwaarschijnlijk. Klaas kijkt Floris aan.
‘Wat doen we?’ fluistert hij, ‘gaan we erin?
Floris schudt resoluut zijn hoofd. ‘Nee! Wie weet wat daar is? Straks worden we gegrepen of komen we vast te zitten. Het kan wel een valkuil zijn.’
Ze komen overeind. Klaas ziet Floris’ wit weggetrokken gezichtje en begint te lachen. ‘Schijtert. Jij durft ook niks. Wat kan er gebeuren?’
 Floris laat zijn hoofd hangen en waggelt weg. Klaas is altijd zoveel flinker dan hij … Maar hij durft het gewoon niet. Het donkere gat heeft iets grimmigs. Vanuit de diepte lijken geluiden op te stijgen om nog maar niet te spreken van de walmende stank. Niet dat hij iets ruikt of hoort, nee, zo stelt hij het zich voor en dat is al erg genoeg. Tot overmaat van ramp begint Klaas ook nog om hem heen te dansen. Hij houdt zijn handen voor zijn oren om het gedrein niet te hoeven horen.

Bij gebrek aan respons houdt Klaas uiteindelijk op. Samen sjokken ze door het bos richting de weg waar ze hun fietsen aan een boom hebben getekend.
‘Zeg, als we nu toch eens teruglopen,’ Floris kan niet geloven dat hij het is die dit fluistert, ‘en met een stok in het gat porren. Misschien komen we erachter hoe diep het is.’ Hij voelt hoe de rillingen langs zijn rug lopen. ‘Ik heb grote takken zien liggen, die kunnen we er een heel eind insteken.’
 Klaas heeft nog geen seconde bedenktijd, hij heeft zich al omgedraaid voor Floris uitgesproken is.
 Roekeloos, denkt Floris. Dan volgt hij zijn vriend. Het trillen van zijn lichaam probeert hij te negeren, hij heeft nu deze stap gezet, nu moet hij de consequenties aanvaarden. Naarmate ze weer dichter bij het hol komen, vertraagd zijn pas, tot Klaas hem uiteindelijk bij de hand pakt.
‘Kom vriend, zo komen we er nooit achter wat de tak ons vertelt over het gat.’
Hand in hand lopen ze het laatste stuk. Aan de rand van het gat turen ze de diepte in.

Klaas klimt over de rand van het gat en laat zich erin zakken. 
‘Hé, wat doe je,’ roept Floris. De angst doet zijn stem overslaan.
      ‘Ik ga op onderzoek uit.’ Hij draait zich om en verdwijnt in het donker. Floris rent besluiteloos heen en weer. Hij roept Klaas maar krijgt geen antwoord. Zijn handpalmen worden klam en steeds trekt een rilling langs zijn rug. Dan besluit hij zijn vriend toch te volgen. Misschien heeft Klaas hulp nodig? Stel dat hij vast is komen te zitten? Mompelend klimt Floris over de rand en laat één hand over een wand van het gat glijden. Nu hij erin staat, valt pas op hoe groot het is. Hij hoeft niet eens te bukken om te kunnen lopen. Voetje voor voetje verdwijnt hij in het donker, hij zorgt dat hij contact houdt met de wand. Het vocht uit de aarden vloer en wand trekken koud op. Naarmate hij verder komt, lijkt het gat steeds meer op een gang. Zou het gaan om een onderaards hol? Een kamer, gegraven door schatbewaarders, zoals hij in de boeken heeft gelezen? Zijn angst begint plaats te maken voor nieuwsgierigheid. Van Klaas ontbreekt ieder spoor. 
 Achter hem verdwijnt het licht van buiten. Voor hem wordt een zwak schijnsel zichtbaar. Als hij verder loopt, ziet Floris dat er hier en daar kaarsen neergezet zijn. De vlammen dansen door een trek. Dat betekent volgens Floris dat er aan de andere kant een uitgang moet zijn. Even twijfelt hij maar dan vermant hij zich. Stap voor stap passeert hij de kaarsen. Dan komt hem een zacht geroezemoes tegemoet. Onmiddellijk klopt zijn hart twee keer zo snel. Hij spitst zijn oren maar kan de geluiden niet thuisbrengen. Hij stuit op een dik velours gordijn. Aan de andere kant wordt gelachten en gezongen. 

Foto: internet, bakkerij Ammerlaan

Floris steekt zijn hoofd door de spleet. Hij kijkt naar een bizar tafereel. Op steigers liggen kinderen wortels te bevrijden van aarde. In de ruimte staan lange tafels met limonade, chocolade, snoep, erwtensoep, kip aan het spit, speenvarken, friet met mayonaise, moorkoppen en slagroomsoezen en chocolademelk en nog veel meer. Kinderen doen zich tegoed en klimmen daarna op een steiger om het preciezen werkje te hervatten. Andere kinderen komen van de steigers af en proppen een moorkop in hun mond. Nergens zijn volwassenen. 
Dan krijgt Floris Klaas in het oog. Hij roept hem. Klaas legt hem uit dat ze de Zero Footprint Kerstbomen Fabriek gevonden hebben. Kinderen die hun eigen toekomst willen bewaken, zijn begonnen met de productie van kerstbomen die eeuwig meegaan. Simpelweg door de wortels met zorg vrij te maken zonder ze te beschadigen. Alleen zo blijven de bomen goed en kunnen ze na een paar weken als kerstboom te hebben gefunctioneerd, met succes terug gepoot worden. De bomen mogen maximaal drie weken bij hun gastheer blijven, om de kans op succes te vergroten. Daarna worden de wortels uitgebreid gebaad in water en als de boom weer in zijn gat komt te staan, worden ze heel voorzichtig met kleine schepjes grond weer toegedekt.
‘Wist jij dat?’
      ‘Ik zit in de organisatie, Floris.’
     ‘Waarom heb je me niks verteld?’
‘Je moest het zelf ontdekken. Zo blijft de kracht van het project behouden.
     Floris kijkt hem niet begrijpend aan. Klaas haalt zijn schouders op.
     ‘Doe je mee? De ZFKF kan nog wel wat hulp gebruiken.’
Floris gloeit vanbinnen. Hij heeft zijn angst overwonnen en kijk wat hem dat brengt! Een kamer vol lekkers, vrienden en vriendinnen en kerstbomen die bijdragen aan een gouden toekomst. ‘Zeker doe ik mee! Maar eerst wil ik zo’n lekkere kippenbout!’

%d bloggers liken dit: