Week van de lentekriebels

15 tot en met 19 maart 2021

Initiatief van de week van de lentekriebels: Rutgers WPF (kenniscentrum seksualiteit)

Lente

Als ik denk aan Lente, dan denk ik aan koeien die weer de wei ingaan. Tegenwoordig staan de meesten van ons ver van de dieren af die ons van voedsel voorzien doordat ze het maken of omdat ze het zijn. Daarom zijn er steeds meer boerderijen die een aantal dagen paar jaar opengesteld zijn voor bezoek en we kunnen getuige zijn van belangrijke momenten op de boerderij, zoals de opening van het weideseizoen. Dat dat is fijn, want als je dat beleefd hebt, smaakt de melk voortaan lekkerder in maart.

Voor mij zijn dit soort gebeurtenissen niet nieuw. Als kleindochter van een boer in zowel akkerbouw als veeteelt was ik er tijdens de vele logeerpartijen gek op om opa te helpen. In de koeienstal ging opa voor met de brokken en ik mocht daarna het hooi in de voergoot gooien. Toegegeven: die grote koppen waren eng, van zo dichtbij. Nee, ik stond liever aan de achterkant te trekken aan het touw waarmee een koe een handje geholpen werd bij het kalveren. De varkens voeren was een noodzakelijk kwaad, ik verafschuwde dat geschreeuw van die beesten, maar afgestoten lammetjes melk geven uit de fles maakte dat weer meer dan goed. Dat zo’n lam alleen maar veel tijd en werk kostte, daar had ik geen weet van. En dan de typische geur van het kippenhok, die heb ik nooit kunnen plaatsen tot ik vorig jaar zelf kippen kreeg en tabaksstelen ophing tegen de de bloedluis.

Pas veel later heb ik me gerealiseerd hoeveel tijd en geduld mijn oma en opa hadden. Oma leerde me andijvie wassen en snijden en aardappelen schillen. Je kunt je afvragen wat je daar nu aan hebt; alles is panklaar verkrijgbaar. Maar elke keer als ik eerst de krop met en daarna zonder de stronk was en vervolgens de bladeren te snijden (fijn, dat is lekkerder) en dan nog een keer alles was en in een schone gestreken theedoek uitsla zodat de andijvie droog maar niet gekneusd is, elke keer denk ik aan oma, ik hoor haar aanwijzingen en dan weet ik dat ze van me hield.

Van opa leerde ik veel over dieren houden zonder fratsen, de juiste keuzes maken voor bepaalde rassen omdat die sterker zijn in het Nederlands klimaat. Het is dankzij hem dat ik nu Barnevelder krielkipjes heb in mijn kippenhok. Winterhard zonder warmtelamp, goede leggers, weinig broeds en veel eieren. Lekker praktisch allemaal. Ook leerde hij me hoe je een oud paardentuig weer bruikbaar kon maken en hoe je een hek kon repareren met weinig middelen.

Bij oma en opa ging de winter gewoon over in de lente en dan was het leven weer een paar maanden gemakkelijker. Er was meer tijd voor gezelligheid en voor elkaar. En ook toen, maar dan zonder getuigen, vierden de koeien feest als ze naar buiten mochten. En de schapen, varkens en de kippen.

Het boerenhout waar ik deels uit ben gehouwen, weet graag waar het mee gevoed wordt. De koeien die de grondstof leveren voor de zuivel die ik eet, zie ik een paar maanden per jaar lopen als ik wandel of als ik de IJssel moet oversteken. Vanaf de lente, smaakt de melk altijd weer extra lekker.

Wat brengt de lente bij jou in herinnering?