Nieuws

Oorverdovende stilte

Stilte
Onverdraaglijke stilte
Ruimte voor ruis
Geruis in en om en overal
Als waarschuwing voor de val
Daarna geeft niemand thuis
Eenzame dromen
Gedroomd met zwaar gemoed
Van angst doortrokken
Catatone pose
Verkrampt, niet zelf gekozen
Te zwaar, als betonnen blokken


MG080615

Dit jaar vallen de Week van de Psychiatrie en de Boekenweek (bijna) samen. Hoe mooi komt dit samen in mijn roman ‘Halverwege het einde!’ En omdat al het goede in drieën komt, maken we er natuurlijk een mooie aanbieding van. Daarom deze hele week het eBook voor slechts 2,99.

Te koop bij

https://www.libris.nl/boek/?authortitle=mascha-gesthuizen/halverwege-het-einde–9789492939111

http://www.ako.nl/product/9789492939111/halverwege-het-einde/

https://www.bruna.nl/boeken/halverwege-het-einde-9789492939111

En vele andere online boekhandels.

Standaard
Blogs, Nieuws

De week van de psychiatrie 2019

Zichtbaar!

Hoe heb je het zo lang buiten de psychiatrie kunnen volhouden?

Tot een paar jaar geleden had ik nooit gehoord van de week van de psychiatrie. En toen ik er van hoorde, had ik geen flauw idee waar dat over zou gaan. Nu weet ik waar dat door komt. Ik had geen besef van de psychiatrie in mij. En de psychiatrie had geen enkel benul van mijn bestaan. 

Toen ik na heel veel omzwervingen uiteindelijk op de stoel tegenover de psychiater kwam te zitten, mocht ik mijn verhaal doen. Ik wist niet wat mijn verhaal was, of eigenlijk, dàt ik een verhaal had. Hij zag mijn worsteling en hielp me op weg met wat vragen. Langzaam kwam het onder lagen camouflage vandaan. In grove structuren, met hiaten, maar onmiskenbaar aanwezig, in mij, met mij. Hij leunde achterover in zijn comfortabele leunstoel en plaatste zijn vingertoppen tegen elkaar. De blik in zijn ogen verraadde compassie, al kon ik me op dat moment niet voorstellen dat dat voor mij bedoeld was.

‘Hoe heb je het zo lang buiten de psychiatrie kunnen volhouden?’ Zijn stem klonk vriendelijk, dat wel. 

Zichtbaar

De week van de psychiatrie. Het thema is zichtbaar. Het doel van de week van de psychiatrie is:

We willen goed onder de aandacht te brengen dat er zo ontzettend veel mensen met veel leed mee te maken hebben. We willen dit leed zien te beperken en zien te voorkomen. Acceptatie en informatie is daarbij van belang. We hopen dat door deze week meer mensen uit de maatschappij op de hoogte zijn wat hier allemaal achter schuilgaat. Op een uitnodigende, open en prikkelende manier. Met elkaar kunnen we dan eerder en beter lokaliseren welke mensen in de knel zitten en hen hopelijk leed besparen. Leed dat anders vaak levenslang mee wordt meegedragen.

Citaat, bron: website www.weekvandepsychiatrie.nl

Ik ben dan wel gek, maar ik ben niet dom

Hoewel we vandaag de dag veel gemakkelijker benoemen dat we stress hebben, een dipje, niet zo lekker in ons vel zitten, blijft het lastig zonder haperingen te vertellen dat je een psychiatrische aandoening hebt. Doe je dat wel, dan altijd die monsterende blik. Die hapering in het vervolg van het gesprek. Opeens ben je ‘anders’ en moet je maar weer bewijzen dat je je psychiatrische stoornis niet bent maar hebt. 

Het bestaat

Een van de drijfveren om mijn boek ‘Halverwege het einde’ te schrijven en voor iedere lezer beschikbaar te maken, was het zichtbaar maken dat mensen een psychiatrisch probleem kunnen hebben, al functioneren ze ogenschijnlijk normaal. Dat het in alle bevolkingsgroepen voorkomt, dat, in mijn geval, ook de dokter een psychiatrische patiënt kan zijn. Ik wil laten zien dat het bestaat. En dat het niet weg is door erover te zwijgen. Dat iemand met een psychiatrisch probleem niet eng is. Psychiatrische aandoeningen mogen zichtbaar zijn, opdat we ermee aan de slag kunnen. 

Ervaar wat schuil gaat

Niet voor niets heb ik een passage uit het citaat onderstreept. Wat daar staat, is wat mijn boek doet; laten zien wat allemaal schuil kan gaan achter het leven van een psychiatrische patiënt. Zie, voel, herken, erken. Wij bestaan gewoon.

Standaard
Blogs

Ga niet langs start. U ontvangt geen tweehonderd euro.

Donkere straatjes, hobbelig doordat de klinkers een eeuwigheid geleden voor het laatst opnieuw gelegd zijn en boomwortels intussen hun werk hebben gedaan. Het is passend druilerig. We slalommen door de wijk die tegen een helling van zand gebouwd is. We denken dat we verkeerd gereden zijn maar dan rijst het gebouw op tussen de huizen. Kolossaal. De ronde vorm van de koepel zelf heeft iets vriendelijks. De blinde muren met daar bovenop onder vijfenveertig graden gebogen prikkeldraadversperring vertellen een ander verhaal. Twee trapeziumvormige torens flankeren de enorme poort die hermetisch afgesloten lijkt. Alles is erop gericht om de werelden binnen en buiten deze muren strikt gescheiden te houden. 

Als we doorrijden, maken de oude muren plaats voor nieuwe. Blijkbaar is er ooit een stuk aangebouwd. Ook hier een hoge brede poort, deze lijkt minder massief  dan de oude die we net passeerden. De poort staat open. En hoewel ook hier een zweem van afkerigheid hangt, rijden we volgens plan naar binnen. De Koepelgevangenis in Arnhem, de eerste van de drie koepelgevangenissen in Nederland, laat ons vanavond zijn verhaal beleven, onder de bezielende leiding van Bob die zich vijfentwintig jaar lang ‘s morgens liet insluiten om gedetineerden in het gareel te houden. 

Als Bob de do’s en don’t voor dit bezoek met ons doorneemt, laat hij er geen misverstand over bestaan. De gevangenis is niet meer als zodanig in gebruik, maar hij is nog steeds de baas over wat er binnen gebeurt. Plannen om recalcitrant te zijn laat je al gauw varen als je een halve meter omhoog moet kijken, om ergens boven de gespierde schouders in twee strenge staalgrijze ogen te kijken.

We beginnen aan een wandeling langs hekken en muren en na het passeren van een paar deuren en een hek, staan we opeens buiten. Binnen de muur en het hek is het enige contact met de buitenwereld de telefoon die onder het afdak gemonteerd is. Hier gold het recht van de snelste. In het dagelijks uur dat de gedetineerde hier doorbrachten, stonden ze vooral in de rij om te roken en te kunnen bellen. Gemor in de rij nam toe als de tijd van de beller om was. De rij gevangenen die ik visualiseer, doet me denken aan de periodes dat ik in een nieuwe depressie glij. Ik wil hulp vragen voor het te laat is maar sta achteraan in de rij en kan met geen mogelijkheid bij de telefoon. In de rij staat iedereen te roepen, maar ze zijn allemaal gericht op wat voor hen gebeurt. Niemand die door heeft dat ik erbij sta. En op de schouder voor me tikken, durf ik niet.

Via andere deuren en poorten komen we langs de entree voor bezoekers en personeel. Dagelijks vonden hier strenge en ingewikkelde procedures plaats om mensen vrijwillig in te sluiten. Criminelen krijgen crimineel bezoek, zo wordt snel duidelijk uit de verhalen en anekdotes van Bob. En naast vrouwelijk bezoek van de mannelijke gevangenen zijn hulpverleners de gevaarlijkste soort. In de groep toehoorders klinkt protest. Een vrouwelijke hulpverlener, dubbel besmet dus, laat zich dit niet zomaar zeggen. Bob doet zijn verhaal. Voor het eerst toont de reus zich kwetsbaar. In vijf minuten wordt de pijn van de huidige GGZ-jeugd problematiek geïllustreerd. Ouders raken verstrikt in het web van wachtlijsten, beloftes en te hoog gespannen verwachtingen. Welwillende behandelaren herkennen wel de pijn en het verdriet  en willen aan de slag om van datzelfde web iets moois maken; een val voor de prooi die de angel van het probleem is. Ze zien echter bij herhaling hoe wind, regen en een maaiende hand regelmakers een gat in dat web slaan. Ze proberen het te dichten maar de terugverende plakdraden vangen juist de hulpvrager in plaats van de prooi. 

Celdeuren in de koepel, dec 2018

De tegenstelling tussen de ruimte die de koepel biedt en de vrijheid die een gedetineerde geniet, kan niet groter zijn. De middenruimte is enorm en de akoestiek bijpassend slecht. Tweehonderd taps toelopende cellen zijn verdeeld over vier galerijen. Door elke gevangene in de deuropening te laten zitten, konden ze de kerkdienst luisteren vanuit hun cel, maar omdat elke zin van de pastoor of dominee zichzelf meerdere keren herhaalt, was een preek niet te volgen. Uiteindelijk werd Gods woord toch gehoord in de kerk die later naast de koepel werd gebouwd. In de cellen zelf is alles hufterproef. De natte hoek met wasbak en toilet uit een stuk, een aan de vloer vastgeschroefd bed, de pornoplatenlat aan de muur. De sfeer komt bij me binnen: De grimmigheid van de ruimte is net zo onontkoombaar als de van alle kleuren ontdane onrust en somberheid tijdens een depressieve episode. Je wil het achter je laten maar de deur is op slot. Je moet het ondergaan tot het moment dat je sterk genoeg bent om het tij te keren.

Isoleercellen. Iedere PAAZ en gevangenis heeft ze. Cellen waarin dagen in nachten overgaan en nachten weer in dagen. Cellen waarin zelfbeschadiging bijkans onmogelijk is. Cellen waarin onrust, boosheid, frustratie en impulsdoorbraken voortduren tot de tijd wint en je hoofd en je lichaam capituleren. Op de PAAZ mag je er dan meestal uit. In de gevangenis moet je wachten tot je opgelegde straftijd erop zit. Bob neemt ons mee naar de kooi. Ook tijdens eenzame opsluiting hebben gevangenen recht op een uur luchten per dag. Dat doen ze in de kooi. Dit recht op luchtenmoeten de meeste verpleeghuisbewoners ontberen. En al is de kooi weinig aantrekkelijk, temperatuur, zon, regen en wind gaan door het tralieplafond heen en niets is zo fijn als buitenlucht op je blote armen en je gezicht. Daar kan geen ventilatiesysteem tegenop. 

Vanuit de diepste krochten van de gevangenis, trekken we weer naar de bewoonde wereld. Wij kunnen zo de poort naar buiten. De pijnlijke en beklemmende details van het leven ìn de gevangenis zijn ons door Bob getoond. Maar, zoals hij herhaaldelijk gezegd heeft: ‘Je hoeft hier niet te zijn.’ Woorden die keuzevrijheid onderstrepen. 

Standaard