Blogs, Nieuwe roman in de maak

Je bent er. Meer is niet nodig.

De route bij het Keizer Traianusplein driekwart rond en naar beneden heb ik jaren niet gereden. Toch zit hij nog in mijn ruggenmerg. Ik laat de stad achter me en rij de polder in. In deze tijd van het jaar en zo net na een regenbui, toont de natuur zich hier op zijn groenst. 

De Kekerdomse Molen ‘de Duffelt’-Streekgala 2017

Tussen de weilanden door en over dijken vervolg ik mijn weg. De omgeving is niet vreemd maar ook niet meer eigen. Ik vraag me af wat ik  verwacht had. Ik kan vandaag weer niet bij mijn gevoel. Nu nog niet, tenminste. Zonder twijfelen neem ik de afslagen en doorgaande wegen gaan over in landweggetjes. Voor het eerst zie ik dat ook hier het leven door is gegaan. Rode fietsstroken markeren de overgang van weg naar berm.

Ik rij de straat in waar ik word verwacht en terwijl ik parkeer zie ik achter een raam mensen in beweging komen. De basis van deze afspraak is ongeveer vijfendertig jaar geleden gelegd. Meisjes waren we nog. Paarden waren onze verbindende factor maar de herkenning van onze gekte het fundament. Alleen, dat wisten we toen nog niet.

Als ik uitstap, komt een kleurig uitgedoste vrouw me tegemoet. Voor ik het weet word ik stevig in de armen gesloten. Een fysieke herinnering aan lang geleden, geruststellend. Als er nog weerstand in mij aanwezig was, is die nu weggeknuffeld en ik ben klaar om mee naar binnen te gaan, waar haar ouders op mij wachten. 

De goede dingen in het huis, zoals de kroonluchter boven de salontafel waarvan ik destijds met verbijstering getuige was van de aankoop, zijn behouden. Andere dingen, het wolkjesbehang op haar kamer, zijn vervangen. Ik voel me meteen thuis.

We lunchen en ik zit op de stoel waar ik toen ook altijd zat. Toen, nu, intussen, alles komt voorbij. Haar psychiatrische aandoening en hoe zij en haar ouders ermee omgaan. Jaren zat ik verstikt in vooroordelen over hoe haar ouders er volgens mij tegenaan keken. Als het ooit al zo was zoals ik me had voorgesteld, dan hebben ze een heel proces doorgemaakt van groei en ontwikkeling. Accepteren en leren hun dochter te begrijpen en ondersteunen, in de basis door een stabiel thuis te bieden, maar ook in periodes van instabiliteit. En niet alleen dat, maar ook de vanzelfsprekendheid waarmee dat blijkbaar gaat, gewoon, omdat zij hun dochter is.
Haar moeder zei: ‘Het is even moeilijk, maar het duurt meestal een paar dagen. Dan is het ergste weer voorbij.’
Zonder oordeel. Zonder slachtoffergedrag.

Ik voelde bewondering voor deze loyaliteit aan hun dochter. Het gesprek ging verder. Haar ouders vonden het soms lastig dat ze van niks wisten. Dat ze leken waren. Voor haar was het goed zoals het was; ze wist zich veilig en geborgen, zelfs op de momenten dat haar wereld werd verwisseld voor een ongrijpbare, bizarre wereld die haar fopte en haar te grazen nam. Hoe bijzonder is het dat een band tussen mensen dat kan bewerkstelligen. Dus ik zei: ‘Je bent er. Meer is niet nodig.’ En ik wist dat het waar was. 

From Wikimedia Commons, the free media repository

Ik rij weg, verzwaard door toegelaten gevoel en tegelijkertijd opgetild door ervaren warmte. Ik weet dat ik het vandaag aankan meer herinneringen te ontvangen. Dus ik stuur de auto langs het Gasthuis, waar oma introk toen je nog naar het bejaardenhuis verhuisde omdat je vijfenzestig werd. Ik sta stil bij de veranderingen in de maatschappij; hoe komt het dat de sfeer in de gezondheidszorg zo grimmig is geworden, dat afhouden en naar andere instanties doorverwijzen de norm is geworden? Hoe zou het mijn vriendin vergaan als ze niet terug kon vallen op haar ouders, om wat voor reden dan ook? Mijn omarmde gevoel van dit moment lijkt die omslag door de jaren opeens te benadrukken.

Ik vervolg mijn weg langs de kerk middenin het dorp. De kerk die ik vooral ken van het afscheid van mijn beide oma’s, mijn opa en mijn vader. Voor mij is de kerk verbonden aan de dood, op een waardige manier. Wat moet het troostrijk zijn je te kunnen laven aan een geloof dat je richting geeft en houvast.

Als ik het dorp uitrijd, word ik terug gehaald naar het nu. Haast onherkenbaar staat daar de boerderij die het decor vormt van het boek dat ik nu aan het schrijven ben. Het is tijd om naar huis te gaan.

Standaard
Blogs

Verre vriend

Er kwam een bericht uit een vorig leven, in mijn Messenger. Walters leven kruiste het mijne via mijn boek. En nadat hij het gelezen had, had hij besloten mij te googlen, vanuit een ander deel van de wereld. Van zo ver weg was het verleden opeens zo dichtbij. Ik mijmerde er wat over toen ik vanmorgen de krant van gisteravond las.

Vier kinderen waren dood. Gegrepen door de trein omdat de Stint een moment niet deed wat hij had beloofd, namelijk kinderen veilig van A naar B brengen. Er kwam een tijdelijk verbod en een gedegen onderzoek naar de oorzaak van de hapering. Inmiddels is gebleken dat er meerdere zaken niet deugen aan de Stint maar die kunnen met enkele aanpassingen verholpen worden. Omdat dat nog niet is gebeurd, is het voorlopige verbod omgezet in een definitieve. Na aanpassing kan toestemming voor gebruik in het openbaar verkeer opnieuw aangevraagd worden. Ondertussen zit de dagopvang in Nederland met een probleem. Helemaal gewend aan de inzet van de Stint hebben zij in de loop der jaren hun logistiek afgestemd op de reikwijdte van het ding. Lopende kinderen is geen optie meer.

Ik laat mijn gedachten de vrije loop. Lopende kinderen. Ik stam nog uit de tijd dat teksten als leefstijl, preventie, stoppen met roken en dagelijks een half uur bewegen, nog geformuleerd moesten worden. Elke basisschoolklas, toen lagere school klas genoemd, had maximaal één dik kind. Op het schoolplein speelde je overlopertje, een rennende aangelegenheid waarbij je je leven waagde door het schoolplein over te steken waarbij je moest zien te ontkomen aan de klauwen van je collega leerlingen die op dat moment alleen nog luisterden naar de naam Vanger. Soms kwam er een springtouw voorbij en verder kon je vrijwillig oxyuren oplopen in de zandbak. 

Bij ons op school kwamen en gingen de meeste kinderen lopend. Alleen de allerkleinsten kwamen met een ouder of een oudere broer of zus. Je mocht je fiets alleen in de fietsenstalling zetten als je buiten de dorpskern woonde. Ik had pech. Om thuis te komen moest ik naar de dijk lopen. De grens van de dorpskern! Maar dan ging ik twee keer de hoek om en vervolgde ik mijn weg weer richting school, maar nu over de parallel gelegen onverharde straat. Had die straat maar rechtuit gelegen, dan had ik met de fiets kunnen gaan. Maar ja, zo was het niet. 

Foto: Charles Keijser

Tussen de verharde weg het dorp ùit en de onverharde weg het dorp ìn stond de boerderij waar Walter woonde. Ze hielden er melkkoeien en varkens. Als je in de winter achterom liep, via de stal, werd je warm ontvangen. De koeien stonden op stro. De vochtig warme lucht geurde naar vers hooi en koeien. Een lui geloei werd afgewisseld door het geluid van hooi dat vermalen werd door de stevige kaken. Het was altijd spaarzaam verlicht, gelig licht dat de indruk gaf sfeervol te zijn, maar wat in feite gewoon nog niet zo efficient en rendementvol was als tegenwoordig. De varkens zou je nu superbiologisch noemen. Elke ochtend werden ze door Walters vader uit de stal gelaten en het erf over geleid. Opgewonden knorrend kwamen ze recht op ons af om op het laatste moment naar links te zwenken. De poort naar de wei naast ons huis stond nog open van de vorige avond; ze konden zo doorlopen. In de wei was een enorme modderpoel. Algauw nadat de poort gesloten was, klonk het soppige en zuigende geluid terwijl de varkens hun modderbad namen. De rest van de dag scharrelden ze rond, wroetten met hun neus in het gras en in de klei, of lagen lekker in de zon. Het erf waar ze over liepen, op weg naar de wei, verbond de twee wegen waar de boerderij tussen lag. Aan de verharde weg was de toegang tot het erf. Aan de onverharde weg stond een schutting naast de poort van de wei, scheef weggezakt tegen de oeroude kastanjeboom met zijn statige kruin die het grootste deel van het jaar verscholen ging achter het blad. De boon markeerde het eindpunt van het erf. De schutting was van slecht hout gemaakt, de steunlatten aan de zijkanten waren gebroken, het hout was groen uitgeslagen en alleen aan de kant van de boom was hij stevig vastgemaakt aan een post. Als je er even tegenaan duwde aan de poortkant, kon je zo van het erf naar onze straat glippen. En andersom. 

Walter was de jongste boerenzoon en zat bij mij in de klas. Als Walter en ik vrienden waren, sneed ik een stuk van mijn looproute af door over het erf te gaan. Als we vijanden waren, liep ik om. Dilemma’s over reikwijdte kende ik niet. Je deed het met hoe het was.

Toch was ik het liefst vrienden met Walter. Zonder dat hij het wist, ontkwam ik door hem aan een stuk eenzaamheid. Naast natuurlijk de gezelligheid die een vriendschap kan brengen, bekortte ons contact mijn looptijd met de helft door het erf over te steken. Een halvering van mijn eenzame piekertijd die me toen al parten speelde.

Nu is heel kinderopvang-Nederland in rep en roer vanwege het ontbreken van de Stint. Er wordt zelfs geopperd het ding gewoon te gebruiken omdat de pakkans klein is. Een kleine pakkans. Hoe groot was de kans dat die trein die ene kar zou grijpen op het spoor? Het gebeurt niet, tot het wel gebeurt. Pessimistisch misschien, maar voor vier kinderen pakte die kleine kans desastreus uit. Verscheurde gezinnen. We weten nu wat de mankementen zijn. Dan wil je toch niet alles ophangen aan het gebruik van zo’n ding? Ga lekker lopen met die kinderen. Zoek vrijwilligers die dat mee begeleiden. Beweging is voor iedereen goed. Altijd. In vele opzichten. Lopen werkt antidepressief, reduceert gewicht, geeft een goede conditie. Lopen verbindt. Voor je het weet krijg je post van een oude goede buur…

Standaard