Wereld wensdag

-Soberheid past bij deze tekst-

Sinds 1989 worden wensen vervult van kinderen met een levensbedreigende ziekte. Jaarlijks op 29 april wordt hier aandacht voor gevraagd want de er zijn zoveel te vervullen wensen dat vele handen nodig zijn. Make-a-wish vervult de wensen namelijk belangeloos en zonder subsidie.

Kinderen die sterven aan een ziekte, dat zou niet moeten kunnen. Ze zouden vooruitzichten moeten hebben op een rijk en liefdevol leven. Waarvoor rijkdom natuurlijk staat voor gezondheid, vrede, werkzaamheden die hen gelukkig maken, dat soort dingen.

Dat brengt mij bij een andere groep kinderen. Eén op de negen kinderen in Nederland leven in armoede. (bron: de kinderombudsman.) Eén op de negen! Hoeveel zijn dat er bij jou in de straat? Deze kinderen komen soms mee met hun ouders naar de voedselbank om hun wekelijkse boodschappen op te halen. Zij kunnen niet kiezen uit hagelslag of pindakaas. Zij doen het met dat wat er die week toevallig op het schap van de voedselbank staat. Soms is dat aardig wat. En soms is dat schap akelig leeg. Het erge is: deze kinderen zeuren niet. ze zijn gewend niet te krijgen wat ze graag willen.

Juist dat is zo alarmerend. Want wat zegt het over andere dingen? Kleding, speelgoed, computer. Schoenen, een fatsoenlijke fiets. Vaak is aan alles een tekort. Om nog maar te zwijgen over uitjes. Wat kost het als je een dag met je gezin naar de Efteling wil? Als straks de Coronaregels weer ingetrokken zijn natuurlijk.

Steun Make-a-wish en bezorg zieke kinderen een fijne dag. En als je het speelgoed van je kinderen uitzoekt, de kledingkasten van ze uitmest of je oude computer die het eigenlijk nog best doet inruilt voor een snellere, overweeg dan een keer of je iets naar de speelgoedbank, weggeefhoek of de kledingbank kunt brengen in plaats van het op marktplaats te verkopen. Want echt, je maakt er een vergeten groep kinderen blij mee.

Jij gaat raar met ziekte om

Hoe gaan we met ziekte om? Zijn we in staat adequaat hulp te vragen?

‘Je gaat raar met ziekte om,’ appte ik een vriend die werd overvallen door een beloop na een ingreep dat anders was dan hem was voorgespiegeld. Door de heftige pijn voelde hij zich in de hoek gezet en van ellende kroop hij in bed met het dekbed over zijn oren. Het kwam niet bij hem op dat hij bij zijn behandelaar ook aan de bel zou kunnen trekken. Mijn opmerking schudde hem wakker; huilend vroeg hij om raad. Ik leidde hem naar de weg van vragen, van overleg, van hand in hand. 

In mijn opmerking beschreef ik een feitelijke situatie. Dat besefte ik pas toen ik de overeenkomst met mijn eigen situatie zag. Jarenlang ontwikkelde ik overlevingsstrategieën, blind voor elke aanwijzing dat het slechter met me ging. Ik had geen idee hoe depressief ik steeds was. Zelfs op mijn meest suïcidale momenten dook ik weg voor de waarheid en begroef me zo diep mogelijk in mijn werk. Toen ik voor het eerst bij een psychiater kwam, gooide hij een pijnlijke vraag op tafel: ‘Hoe was het mogelijk dat ik mezelf zo lang buiten de psychiatrie had weten te houden?’ Ik ga raar met ziekte om. 

Wat is het moment dat je als arts aanklopt bij je collega. In hoeverre dokter je bij jezelf, al heb je tijdens de opleiding echt wel geleerd dat dit niet verstandig is? Hoe erg moeten de symptomen zijn? Bij een psychiatrische aandoening is het helemaal lastig. Door je vernauwde blik zie je geen behandelmogelijkheden die van toegevoegde waarde zouden kunnen zijn. Je past alle niet-medicamenteuze adviezen die je dagelijks aan patiënten meegeeft, op jezelf toe. Gezond eten, regelmaat, op tijd opstaan, aan het werk blijven, voldoende lichaamsbeweging, naar buiten, blijf jezelf goed verzorgen.

In mijn geval leidde het tot een dwangmatige leefstijl waarbinnen ik alles volgens de regels bleef doen, maar waarin geen enkele flexibiliteit zat om te ontspannen of een keer iets minder streng te kunnen zijn en bijvoorbeeld een keer een half uur langer blijven liggen omdat de avond ervoor een feestje was geweest. De door mijzelf opgelegde niet-medicamenteuze therapie die door niemand gecontroleerd werd, verwerd tot doel. Helaas appte niemand mij dat ik raar met ziekte omging. 

‘Je mag alles vragen. Het antwoord kan ook nee zijn, maar je mag altijd alles vragen.’ Dit motto heb ik mijn kinderen van jongs af aan meegegeven. Het resultaat is mooi. Zij durven iedereen alles te vragen. Zijn blij met het resultaat, maar incasseren ook moeiteloos een ‘nee.’ Een afwijzing zegt namelijk zelden iets over hen als persoon en des te meer iets over de situatie of de mogelijkheden.  Dus vraag jezelf af en toe af of je nog iets te vragen hebt.